Een kikker en een pad zaten naast elkaar op de oever en keken over het water.
De kikker zuchtte. “Ik weet eigenlijk niet wat ik met het leven moet, pad”, zei de kikker. “Ik vind het heel moeilijk”.
“Daar heb ik helemaal geen last van”, reageerde de pad. “Kijk, je leeft toch gewoon? Je ademt, eet nu een dan eens wat, een vlieg of zo, als je trek hebt, zwemt es wat als je zin hebt, leven gaat vanzelf, ik snap het probleem niet”. De kikker keek hem peinzend aan. “Je hebt wel gelijk eigenlijk”, zei hij. “Zeg pad, zou je mij dit willen leren?” “Dat is goed hoor” antwoordde de pad. “Het is ZO makkelijk, dat zelfs IK dit jou kan leren. Ik ben echt helemaal niet slim weet je, lang niet zo slim als jij, kikker”. De kikker keek hem weer nadenkend aan, want nadenken kon hij goed. Toen sprong de pad ineens in het water want hij had zin in een duik, de kikker schrok ervan. “O, OK”, zei hij, en sprong er achter aan.
Samen zwommen ze naar de horizon en uit dit sprookje, de pad voorop.
Willem Kant (copyright), 1 mei 2024